Create Content

 

Rusten
Als de varkens actief zijn in de stal, dan is dit vooral overdag. Er is dan de meeste drukte op de boerderij. Zodra het donker wordt gaan ze slapen. In de natuur zijn varkens juist in de schemering (zowel ‘s ochtends en ‘s avonds) het meest actief. Dit is veiliger voor de biggen, omdat roofdieren meestal ’s nachts op zoek gaan naar een lekker hapje.

Wanneer de varkens gaan rusten, dan zoeken zij een beschutte en rustige plek op. Op de boerderij liggen zij in de stal op stro of in een hok.

Wist je dat!
Varkens kunnen niet zweten. Grote varkens hebben het vaak te warm. Als ze het warm hebben, gaan ze hijgen en in de modder liggen. Pasgeboren biggen hebben het vaak te koud. Ze gaan dan dicht tegen elkaar aan liggen.



Rustend varken
Foto: Annemarije Verspuy

Verzorging
Varkens in de natuur houden ervan om een modderbad te nemen. Dit doen ze om af te koelen wanneer ze het warm hebben. Een modderbad houdt ook vlooien, mijten en andere kleine beestjes weg. In de stal is geen modderbad, dus moet de boer zorgen voor een fijne omgeving (niet te warm of te koud) en zorgen dat de varkens geen last hebben van kriebelende beestjes. Daarom wordt in de stal het klimaat geregeld voor de varkens. De boer zorgt ervoor dat de kachel aan gaat als het koud is en als het warm is zorgt de ventilator voor frisse lucht. Ook krijgen varkens medicijnen, zodat ze geen last hebben van ongewenste beestjes.


Modderbad
Foto: Annemarije Verspuy

Groepsleven
In de natuurleven zeugen in familiegroepen. Meestal zijn dat groepen van twee tot vier zeugen met hun biggen. Samen hebben ze een eigen gebied waar ze in leven. Dit wordt hun territorium genoemd. De volwassen mannetjesvarkens leven meestal alleen.

Varkens kunnen alleen rustig samenleven als ze weten wie de baas is. Meestal zijn de oudere en zwaardere varkens de baas. Dit wordt dominant genoemd. Hoe jonger en kleiner het varken is, des te onderdaniger hij is. Dit wordt een rangorde genoemd. Als een varken laat zien dat hij de baas is, valt hij andere varkens niet aan. Daardoor zouden ze gewond kunnen raken, waardoor ze in het wild makkelijker te vangen zijn door een roofdier. In plaats daarvan gebruiken varkens hun lichaamstaal om elkaar dingen duidelijk te maken. Ze maken zich bijvoorbeeld groot of juist klein, en maken ook geluid als ze een ander varken willen wegjagen of waarschuwen. Ze knorren of ‘blaffen’ dan.


Groep varkens
Foto: Annemarije Verspuy

Voortplanting
Wilde zwijnen krijgen één keer per jaar biggen. De zeug en de beer paren in de herfst, zodat de zeug drachtig (zwanger) wordt. Meestal is dit in oktober of november. Wilde zeugen zijn ongeveer 119 dagen drachtig (bijna 4 maanden). Daarna krijgen ze in maart of april 4 tot 8 biggen.

De varkens die wij op de boerderij houden, kunnen het hele jaar door biggen krijgen. Ze zijn ongeveer 114 dagen drachtig. Daarna worden er meestal 10 tot soms wel 18 biggen geboren. Een zeug op een boerderij krijgt minstens twee keer per jaar biggen. Op de boerderij worden dus veel meer biggen geboren dan in het wild!


Geboorte van een big