Create Content

 

Varkens werden vroeger als huisdier gehouden. Dit was ongeveer 9.000 jaar geleden en dat waren toen nog wilde zwijnen. De mensen kozen welke dieren biggen mochten krijgen en doordat ieder wild zwijn net iets anders was dan een ander zwijn, veranderde het ras. De varkens kregen minder haar en een andere kleur. Ook werden ze groter en groeiden sneller. Uiteindelijk zijn in de loop der jaren vanuit het wilde zwijn wel 300 varkensrassen ontstaan.

Wilde zwijnen

Tegenwoordig wonen er geen varkens meer bij mensen thuis, maar worden ze met vele tegelijk door een boer in een stal gehouden. Sommige varkens zijn speciaal gefokt om veel vlees te geven. Dit worden vleesrassen genoemd. Andere soorten varkens krijgen juist veel biggetjes.

De beer en de zeug
Je hebt al gelezen dat een vrouwtjesvarken een zeug wordt genoemd en een mannetjesvarken een beer. Maar hoe kun je nu zien of het een zeug of een beer is? Dat zie je zo: een beer is groter dan een zeug. Ook is hij gespierder en breder gebouwd. Verder heeft een beer grote hoektanden.

Op boerderijen moeten veel biggen geboren worden. Die biggen moeten groeien om uiteindelijk vlees te krijgen. Er worden verschillende rassen voor zeugen en beren gebruikt. Zeugenrassen krijgen vooral veel biggetjes en berenrassen groeien snel. Door twee rassen te kruisen, komen er biggen die zowel het goede van hun moeder als hun vader hebben. Ze krijgen dan veel biggen die snel groeien. Zo krijgen we veel vlees.


Beer
Foto: Dingar


Zeugen
Foto: Annemarije Verspuy